Jaar 1:

We maken nieuwe liedjes op een bestaande melodie. We maken een rap. We leren de namen van instrumenten, we zingen, we leren muziek in noten op te schrijven. We tikken en leren ritmes.

Jaar 2:

We leren over popstijlen met video. We leren ook over het theater met video. We maken een werkstuk. We maken een "Limerick". We zingen. We maken een muziekstuk vanuit een tekst

In het KWT-uur

spelen we popnummers zoals Venus (shocking Blue), Deadlock Holiday (TenCC), Rock Around The Clock (Bill Haley) en we improviseren. We spelen diverse stijlen zoals reggae, rock n roll, punk, metal, afro.in het eerste en tweede leerjaar

Het vak tekenen: werken als een kunstenaar

Hoe ontstaat een kunstwerk? Hoe gaat een kunstenaar te werk en waar komt zijn idee vandaan?

Wanneer een kunstenaar een opdracht krijgt of wanneer iets hem of haar sterk bezig houdt, probeert hij zoveel mogelijk over dit onderwerp te weten te komen.Al die gegevens komen in een plakboek. Ook de eerste schetsen komen hiertussen. Daarna volgt een periode van onderzoek. De kunstenaar maakt studies', schetsen van hetgeen hij of zij belangrijk vindt bij het onderwerp.Uit al die studies groeit het idee hoe het kunstwerk eruit zou kunnen zien. En uit al die verschillende ideeschetsen ontstaat het uiteindelijke ontwerp voor het eindwerk.

Een kant en klaar ontwer voor een opdracht komt dus meestal niet zomaar als inspiratie binnenvallen. Het kunstwerk ontstaat doordat een kunstenaar een bepaalde en vaste werkwijze volgt. De kunstenaar volgt een proces.

Bij het vak tekenen ga je net als een kunstenaar te werk. Je verzamelt materiaal dat met de opdracht te maken heeft, je maakt schetsen en studeert / oefent op de onderdelen die je wilt gebruiken, je maakt keuzes en komt op die manier tot een ontwerp voor jouw kunstwerk dat je daarna uitvoert.

Je leert met verschillende materialen en technieken werken, zodat je ontdekt op welke wijze je het beste aan de opdracht vorm kunt geven.

Verplicht of een keuze?

Tijdens de eerste twee leerjaren is het vak tekenen verplicht, Je krijgt wekelijks 2 lesuren aaneengesloten les

na het tweede leerjaar kan je het kiezen als examenvak.

Opdrachten en boeken

Onze school heeft eigen tekenopdrachten. In leerjaar 1 en 2 gebruiken we ook wel de methode Arti als naslagwerk, terwijl de leerlingen uit het derde en vierde leerjaar de theorie aan de hand van de methode Zienderogenkunstbestuderen.

Vanaf het eerste leerjaar schetsen we in dummy's', zodat ieder alles overzichtelijk bij elkaar heeft.

Natuurlijk besteden we ook aandacht aan de geschiedenis van de kunst en aan werk van belangrijke kunstenaars.

Tekenen is een vak dat je kunt leren; je leert dat het beste door het veel te doen en door een goede werkwijze te volgen. De leerkracht helpt je hier graag bij.

Basisprogramma DANS

Op de school is een drieledige stroom ontwikkeld. Er is dans als vak in de onderbouw te volgen; dat is een verplicht vak, een uur per week, en in de bovenbouw is het een vak om te kiezen als eindexamenvak; in die stroom kan men twee kanten uit – een basisprogramma en een opleidingsprogramma   Eindexamen dans:

Basisprogramma derde jaar

Dat betekent drie uren per week minimaal bezig zijn met dansles – danstechniek – en theorie over de dans. Aan het einde van het derde jaar wordt bekeken of de leerling het vak als eindexamenvak in het vierdejaar zal voortzetten. Dit op basis van inzet, werkhouding en resultaten. Het vak bestaat uit een theoretisch deel en een praktisch deel. Zoals hieronder te lezen valt, zijn er diverse opdrachten die gedurende het jaar gedaan moeten worden. Er worden schriftelijke Schoolonderzoeken – toetsen - afgenomen en er worden, in een groep of duo of solo, dansstukken gemaakt, die eveneens resulteren in een cijfer dat gemixt wordt met de cijfers voor de theoretische toetsen. De danstechniek is gebaseerd op een mix van streetdance, jazzdance, internationale dans en dansimprovisatie.   Wat houdt het programma volgens het PTA precies in: 1.Eigen dans ontwerp en uitvoering – men maakt een eigen dansontwerp en voert het uit, alleen of met meerderen; 2.Dansvoorstelling bezoek – men bezoekt samen met de groep een dansvoorstelling in een theater; 3. Analyse dansvoorstelling – men maakt een analyse van de voorstelling en levert het verslag in; 4. Bestuderen theorie vakbegrippen; Theorietoets 1 – in het begin van het jaar wordt een pak stencils uitgedeeld waarin precies wordt aangegeven wat men voor de diverse toetsen moet leren; 5. Presenteren eigen dans – men leert zichzelf te presenteren op een podium; Voorbereiding Dansproductie – men bereidt een kleine dansproduktie voor en voert deze uit, in klasseverband; Ontwerp dans/muziekkeuze – men bepaalt met de groep de keuze voor de muziek die men gaat gebruiken; Overleg, repetities, aankleding – dit zijn onderdelen die bij de produktie horen. Presentatie dansproductie – zie ontwerp dansproductie; 6. Dansanalyse – men kijkt in de les en in het theater naar dansvoorstellingen, en n.a.v. een aantal punten leert men de voorstelling te begrijpen en er een verslag van te maken; 7. Oriëntatie op dansberoep- men oriënteert zich op het beroep van danskunstenaar en dansdocent, dat gebeurt via: 8. Opleidingsbezoek aan de MBO dans te Haarlem, bij het NOVA-college. 9. Vakbegrippen theorietoets 2 10. Dansproduktie 2 – ook hier geldt dan men een kleinschalige produktie in elkaar moet zetten. Men moet daarbij het volgende gebruiken: Dans en Licht; Dans en Geluid; Dans en Materiaal; Dans en Placering;  11. Compositie/choreografie-leer – dit betekent dat men op de hoogte moet zijn van de dansstructuren die in een choreografie thuishoren. 12. Dansbeschouwing: Vorm-Inhoud-functie: men leert kijken naar dans. Men leert dat dans altijd bestaat uit een dansvorm, een inhoud en dat dans als voorstelling een functie kan hebben. 13. Choreograaf voor anderen – men maakt een dans die anderen gaan opvoeren. Men wordt zogezegd choreograaf en studeert de dans met anderen in zonder dat men zelf erin meedanst. 14. Pas de deux – men maakt een duet met een andere leerling. 15. Afsluitende toets theorie 

Basisprogramma vierdejaar dans

Als eindexamenvak Het vak dans kan in het vierde jaar afgesloten worden als volledig eindexamenvak. De leerling die het basisprogramma volgt, is daarmee regulier drie lesuren per week mee bezig. Vanzelfsprekend betekent het voor een praktisch vak als dans dat werkstukken in de praktijk meer uren kosten dan het normale lesuur-aantal. Met werkstukken worden de dansproducties bedoeld, die door hun podiumkarakter buitenschools ook tijd in nemen. In het vierdejaar zijn er ook weer schriftelijke toetsen en zijn er practische dansproducties. Het schriftelijk eindexamen wordt via een toets op de computer afgesloten.   Het programma van het vierde jaar dans/basisprogramma: 1. Dansstuk/ andere kunsten – in deze dansproductie moet er sprake zijn van een dans waarbij decor, kostuums, attributen/rekwisieten gebruikt moeten worden. Ook muziek of een tekst kan een uitgangspunt zijn. 2. Schoolexamen SE-2 – een schriftelijke toets waarbij alle begrippen dans worden getoetst. 3. Danstechniek – men maakt onder begeleiding van de dansdocent een dans waarbij de danstechniek het belangrijkste onderdeel vormt. 4. Danstechniek/presentatie 5. Eigen dans 2 – men maakt een eigen ontwerp voor een dans en voert deze met anderen uit. 6. Voorbereiding dansproductie -1 7. Voorbereiding dansproductie -2 8. Voorbereiding dansproductie -3 – men is uitgebreid bezig met een eindexamendans. Dit is de dans waarmee men praktisch examen doet.  9. Voorbereiding/ Dansbeschouwing – men is ook in het vierde jaar bezig met het kijken naar dansstukken, via TV maar ook in het theater. 10. Schoolexamen SE 3 – voorlaatste schriftelijke toets voordat het eindexamen begint. 11. Dans en Techniek / presentatie 12. Presentatie klein ensemble – men maakt een dans voor een duo, trio, kwartet. 13. SE 4 / begrippentoets – laatste toets 14. Dansvoorstelling  bezoek15. Dansanalyse n.a.v. van de voorstelling

Uitgebreid opleidingsprogramma DANS

Sinds dit jaar is er een convenant gesloten met de dansopleiding van het NOVA college, het MBO dans. Dat betekent concreet dat leerlingen die het extra programma dans volgen, extra gevolgd worden tijdens een tweejarige vooropleiding, met extra danslessen op school en bij de opleiding dans van het NOVA. Gedurende dat programma worden de leerlingen, wiens ambitie het is om door te gaan met een dansopleiding, bekeken of zij technisch en inhoudelijk de opleiding zullen kunnen gaan volgen. Uit de groep zal een selectie worden gemaakt en deze leerlingen kunnen zonder verdere audities doorstromen naar het MBO dans. De leerlingen volgen 4,5 uren extra les in de vakken moderne dans, jazzdans en klassiek ballet. In twee jaar tijd betekent dat een behoorlijke extra belasting op het schoolprogramma, aangezien deze leerlingen de danslessen op buitenschoolse tijden volgen. In werkelijkheid volgen deze leerlingen dus 7,5 uren dans per week! Het basisprogramma met de gewone vierdejaars en het extra programma buitenschools. In de afgelopen jaren is gebleken dat onze leerlingen sterk technische vooruitgang hebben geboekt. 

  .

www.theaterinstituut.nl

www.dansmaar.nl

?>

WAT IS CKV?

 

CKV betekent Culturele en Kunstzinnige Vorming.

 

Een veel gehoorde uitspraak is: ‘Doe even normaal zeg! Kunst en cultuur. Een beetje moeilijk doen over een schilderij of een standbeeld.

Dat is toch niks voor mij!’

 

Of je nu wilt of niet, jij doet ook aan cultuur. Het is dichterbij dan je denkt! Je luistert naar muziek of bezoekt een concert. Je kijkt vast wel eens naar graffiti. Je gaat naar de bioscoop of huurt een goede film. Je vindt een schilderij heel mooi of een gebouw juist heel lelijk. Zonder kunst en cultuur zou alles vreselijk saai zijn. Je kunt er niet omheen. Je komt het overal tegen!

 

Mensen maken cultuur

Als je om je heen kijkt zie je ontzettend veel voorwerpen. Al deze voorwerpen kun je in twee groepen verdelen.

Dat wat bij de aarde hoort en vanzelf groeit, noemen we natuur.

Dat wat door mensen is gemaakt of veranderd noemen we cultuur.

Met hun cultuur laten mensen zien wie ze zijn en bij wie ze horen of willen horen.

Groepen jongeren hebben zo hun eigen cultuur. Kijk maar eens rond op school. Als iemand van bepaalde muziek houdt, hoort daar ook vaak kleding en een bepaald kapsel bij. Wat dacht je van jongerenculturen als punkers, skaters, gabbers of gothics? Misschien ben jij wel een fanatieke chatter, een sms-er of een stapper?

Elk land heeft zijn eigen cultuur. Dat merk je als je in het buitenland op vakantie bent. Het eten is anders. Er wordt andere muziek gemaakt. En de mensen hebben andere kleding aan. Dat is ook cultuur.

 

Heel veel cultuurvormen zijn blijvend, zoals gebouwen en kunstvoorwerpen. Je kunt ze aanraken en ze bestaan soms al eeuwen.

Maar sommige cultuurvormen beleef je alleen op een bepaald moment en kun je alleen in je herinnering bewaren. Dit geldt bijvoorbeeld voor een live-concert, een piratenfestival of een live-dansvoorstelling.

 

Kunst of een kunstje

Wat is dat: KUNST?

Het woord kunst komt van het woord ‘kunnen’. Kunst is een speciale manier van kunnen. Een kunstenaar is in staat iets te maken dat zó bijzonder is, dat we het een aparte plaats willen geven. Bijvoorbeeld een beeld op een plein of een muziekstuk op een podium.

Ken je die uitdrukking ‘Daar is geen kunst aan’? We bedoelen hiermee dat iets weinig moeite heeft gekost of dat iets niet zoveel voorstelt. Zoiets noem je ook wel een ‘kunstje’. Zo is het ook in de wereld van kunst. Niet alle kunst is voor iedereen even waardevol of vond iedereen even mooi.

 

Kunst is er in allerlei vormen.

Mensen die kunst maken doen dat nooit zomaar, ze willen er iets mee vertellen.

·Een zanger vertelt een verhaal, maar een acteur en een striptekenaar ook.

·Een schilder of beeldhouwer wil jou vertellen wat hij/zij mooi of lelijk vindt.

·Een filmregisseur wil jou laten lachen, huilen of iets leren.

·Gangster-rap gaat over woede, dat je weinig kansen hebt.

Als deze mensen zijn kunstenaars en wat ze maken zijn kunstwerken. Dat gaat dus heel wat verder dan een schilderij. Dus ook een popsong, website of een gebouw kan kunst zijn.

 

Als je naar kunst kijkt, vind je daar iets van.

·Je vindt het mooi, niet mooi of

uitgesproken lelijk.

·Je moet er om lachen of juist niet

·Je snapt het of je snapt er helemaal

niets van.

Dat is jouw gevoel bij kunst, dat is jouw verhaal.

 

 

‘Brood’ door Brood

 

Elk kunstwerk heeft dus twee verhalen.

Het verhaal van de maker en het verhaal

van de kijker of luisteraar. En daar gaat

het over bij CKV. Het gaat om die twee verhalen.

 

Probeer meer te weten te komen over de maker.

Wat hij/zij wil laten zien of horen en waarom.

Dan ga je goed kijken en/of luisteren.

Je ontdekt of je het mooi vindt of juist niet.

En wat betekent het voor jou…………………

 

Kunst en cultuur vind je dus ook buiten het museum of de schouwburg! Kunst en cultuur kom je dus overal tegen en het gaat niet alleen over nu, maar ook over vroeger. Mode van jaren geleden, oude gebouwen, voorwerpen die we nu niet meer gebruiken, het hoort er allemaal bij.

 

Dus dit vak gaat niet alleen over kunst aan de muur, maar ook over cultuur op een podium, over zelf kunst maken, eventueel kunstenaars uitnodigen in de klas, het bezoeken van festiviteiten, musea en jouw eigen omgeving