Bij het vak maatschappijleer ontwikkelen leerlingen aardigheden aan de hand van bijv. de volgende maatschappelijke vraagstukken:

- Uitgaan en zinloos geweld
- Jongerenculturen
- Politiek
- Massamedia

 

Voorbeelden van vaardigheden zijn:

 

·       principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen

·       een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.

·       beschrijven hoe een mens zich ontwikkelt tot lid van desamenleving en de invloed van het socialisatieproces herkennen en beschrijven

·       uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heeft op het gedrag en socialisatieproces

·       de rol van onderwijs (als socialiserende instantie)
beschrijven in de ontwikkeling van een mens als lid van de samenleving

·       met voorbeelden beschrijven wat sociale verschillen zijn en hoe die veroorzaakt worden, en beschrijven/uitleggen hoe de plaats van een mens op de maatschappelijke ladder kan veranderen (sociale mobiliteit)

·       beschrijven en uitleggen dat mensen vanuit hun maatschappelijke posities belangen hebben en hoe daardoor conflicten kunnen ontstaan

·       overheidsbeleid ten aanzien van sociale ongelijkheid beschrijven en verklaren

·       vormen van macht en machtsmiddelen herkennen, beschrijven en verklaren

·       beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken

·       beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten

·       aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming

·       uitingen van vooroordelen en beeldvorming ten aanzien van mannen en vrouwen in de samenleving herkennen en benoemen

·       beschrijven hoe men uitingen van vooroordelen en discriminatie tegemoet kan treden vanuit het beginsel van gelijkwaardigheid en respect

·       van een bepaald sociaal probleem beschrijven hoe de beeldvorming erover tot stand komt/gekomen is


Hiernaast moeten leerlingen een praktisch onderzoek doen naar een zelfgekozen maatschappelijk thema. Hiervoor staat 10 uur werk. Leerlingen worden maandelijks getest op hun nieuwskennis en mogen ruimte vragen voor bespreking en discussie over actuele gebeurtenissen. Het vak wordt niet centraal geëxamineerd en uitsluitend onderwezen in de 4e klas.

Daarbij gebruiken we de volgende methode:

Thema”s Maatschappijleer 1 voor VMBO
Uitgeverij Essener

website:  www.themasvmbo.nl

 

Zowel in de onderbouw, leerjaar 1 en 2, als in de bovenbouw, leerjaar 3 en 4, werken we met geschiedenis met de methode Sfinx.

Internet neemt een steeds grotere plaats in binnen het onderwijs. Sfinx voor de leerwegen gebruikt internet als een extra differentiatiemogelijkheid.

De site voor Sfinx voor de leerwegen is vrij toegankelijk via www.sfinx-online.nl , er is geen aparte cd-rom nodig.

Op de site zijn opdrachten, oefentoetsen en puzzels beschikbaar voor verschillende niveaus. Leerlingen vinden gemakkelijk hun weg naar de opdrachten die gemaakt zijn voor hun niveau, maar kunnen eventueel ook oefenen met opdrachten gemaakt voor een andere leerweg dan de eigen leerweg.

Op de site worden begrippen uit de methode nog eens op een andere wijze uitgelegd aan de leerlingen

Onderbouw

Sfinx Geschiedenis voor de basisvorming hanteert het uitgangspunt learning by doing. Door middel van opdrachten in het werkboek vergaren de leerlingen kennis, ontwikkelen ze vaardigheden en groeien ze langzaam naar een hogere vorm van historisch bewustzijn. Vragen stellen, bronnen interpreteren, inleven en standplaats bepalen, scheiden van hoofd- en bijzaken, oorzaken en gevolgen herkennen, verklaringen formuleren, argumenten bedenken; het wordt stuk voor stuk in elke paragraaf geoefend. Langs deze weg bouwen de leerlingen hun kennis en vaardigheden zo veel mogelijk zelf op.

Bovenbouw

Sfinx voor de leerwegen is een vervolg op Sfinx voor de basisvorming. Het gaat verder daar waar Sfinx voor de basisvorming is gestopt. De examenthema's zijn geschreven volgens de richtlijnen van het examenprogramma Geschiedenis en staatsinrichting vmbo van het CEVO.

Verder is ervoor gekozen om het Historisch Overzicht te laten verschijnen in een apart leerwerkboek. Zo kon meer ruimte worden gecreëerd voor de examenonderwerpen, terwijl voor de leerlingen een handzame serie boeken is ontstaan.

Het werkboek stuurt de leerlingen zelfstandig door de methode, met heldere instructies en afwisselende opdrachten

Hoe leer ik de toets?

1 Lees per paragraaf alle opdrachten uit ‘Om te onthouden’

2 Leer de vetgedrukte begrippen uit je hoofd

3 Leer de tijdbalkopdracht uit paragraaf 1 en uit ‘De kern van de zaak’, onderdeel I

4 Leer de landkaartopdracht uit paragraaf 1 en uit ‘De kern van de zaak’, onderdeel II

5 Leer de begrippen uit ‘De kern van de zaak’, onderdeel IV ‘Wat moet je kunnen?’, uit je hoofd. Zorg ervoor dat je deze begrippen niet alleen kent, maar ook kunt gebruiken en toepassen

6 Leer de samenvatting/invulopdracht uit ‘De kern van de zaak’, onderdeel III ‘Mensen en veranderingen in de tijd’

7 Maak aantekeningen over wat je hebt geleerd

8 Begin drie dagen van tevoren met leren:

   leer drie dagen voor de toets 2 x 20 minuten met minstens een uur onderbreking

   leer twee dagen voor de toets 2 x 30 minuten met minstens een uur onderbreking

   leer één dag voor de toets 2 x 30 minuten met minstens een uur onderbreking

9 Leer nooit alles uit je hoofd. Begrijp wat je leert

 

Bij het vak aardrijkskunde of geografie onderzoeken wij hoe de aarde door de mens gebruikt en ingericht wordt. Wij kijken naar de natuur, welke mogelijkheden de natuur biedt en hoe de mens daar gebruik of misbruik van maakt. Bij dit vak gebruiken wij de methode Wereldwijs van Malmberg. Voor de onderbouw de theoretische/havo editie en voor de bovenbouw de  vmbo/kgt-editie van het handboek inclusief het e-pack. Je kunt allerlei informatie vinden op www.wereldwijs.nl .